| S (deel 2) |
|
|
|
|
Sok : beschermhoes voor een hout(wood). Spikes : zijn ijzeren puntige noppen onder je golfschoen. Worden bijna niet toegestaan i.v.m beschadiging green. De softspike (kunststof variant) worden overal toegestaan. Square : wordt gebruikt om aan te geven dat de spelers gelijk staan, maar ook dat het clubblad recht op het doel staat. Stableford : een alternatieve score methode voor strokeplay. Een goed eindresultaat is 36 punten, hoe hoger het aantal punten hoe beter de ronde. Stance of Stand : is de stand van de voeten bij het adresseren. Stoklengte : is de lengte van ee willekeurige club waarmee je aangeeft waar te droppen of waar af te slaan. Strafslag : een aantal slagen die bij de score voor de betreffende hole moeten worden opgeteld. Stroke : zie slag Stroke index : op de score kaart aangeduid met s.i. en geeft de moeilijkheid van de hole aan. Dus SI=1 is de moeilijkste en SI-18 de makkelijkste. Sweetspot : is het ultieme plekje om de bal mee te raken, als je dit raakt is geluid van impact zachter en mooier, de bal vliegt zo'n 10% verder. Swing : is de beweging die de golfer maakt bij slaan van de bal. Swing boog : de boog die het clubhoofd aflegd tijdens de swing. |




Tips 

