| I - J - K |
|
|
|
|
Identificeren : zorg dat je een duidelijk merkje (aan beide kanten) op je bal hebt zodat indentificeren mogelijk is. IJzer : de golfclubs voor de kortere afstanden. De clubs geven veel controle over de bal en zijn gemakkelijk te hanteren door de kortere shafts. Wedges zijn ook ijzers. Impact : het moment waarop het clubblad de bal raakt. In : op je score kaart zijn dit de tweede 9 holes. (terug naar het clubhuis). In het spel : de bal is in het spel vanaf het moment dat ermee geslagen is en tot en met het uitholen. Ierse links : zijn banen met hoge wallen, hoog gras en veel blinde holes. Interlocking : is een golfgrip (zie ook grip). Jezusbal : een bal die over het water ketst en scheert maar toch de overkant haalt. Jigger : benaming voor ijzer 4. Jungle : wanneer je bal diep in de rough ligt. Kern : een golfbal is uit verschillende lagen opgebouwd. het centrum noemen ze de kern Kinetisch energie : snelheid in het kwadraat maal de helft van de massa. Dit bepaalt de energie van bewegende voorwerpen zoals een golfbal ( dus train je swingsnelheid ). Konijnenhol : gewoon de bal plaatsen - niet dichter naar green zodat je een swing kunt maken - geen straf. Kort spel : Het korte werk op en rond de green. |




Tips 

